Pagina's

maandag 26 juni 2017

Terug de groene brij in...

Je kent het vast wel… Visplekken die plots veranderen en daardoor onbevisbaar of onbereikbaar worden. De nationale volkssport nummer 1 in Nederland lijkt wel ‘hekje plaatsen’ de laatste jaren. Heb je eindelijk een mooi plekje waar je ongestoord je ding kan doen, is er één of andere overenthousiaste ambtenaar of, erger nog, natuurbeschermer, die er een hek laat plaatsen. Om het af te maken pleuren we er wat Schotse Hooglanders in, noemen het Free Nature (Google dat maar eens) en wordt er zonder blikken of blozen een 461-bordje opgehangen. Nederland krijgt steeds meer natuur, die bijna overal ontoegankelijk is of zeer beperkt te betreden valt. Onbereikbaarheid heet dat, dit artikel gaat over de tweede categorie: Onbevisbaarheid…



Een jaar of 10 geleden nam ik met weemoed afscheid van een prachtig stuk water waar ik steevast in mei de paairijpe vissen opving. Op een verdwaalde penvisser na, had ik geen competitie en kon ik altijd rustig mijn gang gaan… Ieder jaar groeide het water verder en verder dicht met lelies. Nu ben ik niet bang voor wat plantjes, maar toen de schaarse gaatjes tussen de gele plompen ook nog eens dichtgroeiden met een soort van minilelietjes, was het tijd om de handdoek in de ring te gooien… Een paar weken geleden besloot ik toch weer eens te gaan kijken.
 

Iets dat glinstert

In één oogopslag weet ik het eigenlijk al. Het water ligt van kant tot kant dicht en vissen is echt onmogelijk. Juist als ik mij wil omdraaien en het water voor altijd achter mij zal laten, zie ik vanuit mijn ooghoek iets glinsteren in de verte. Wat is dat dan? 
 
Een dikke, groene brij...

Na een kwartiertje ploegen door bramen, brandnetels en ander stekend groengespuis, duw ik het riet aan de kant en maakt mijn hart een sprongetje, water! Open water! Nou ja, een beetje open dan; links een gaatje van 4 vierkante meter, rechts iets groter zelfs! Ik juich een juichje en vervloek mezelf direct, waarom heb ik nou niet even een kilootje ballen meegenomen uit de auto? Ik worstel terug en een half uur later ben ik hevig zwetend en onder de krassen weer ter plaatse en 100 boilies vinden hun weg naar de schone bodem. Drie dagen herhaal ik dit ritueel, dan kom ik met twee korte hengels om oude tijden te laten herleven. Of niet natuurlijk… 

Plantenbrij

Dat er vis aanwezig is, zoveel is wel duidelijk. Ik zie plompen bewegen terwijl het windstil is, maar van azen is geen sprake. Na twee uur druip ik teleurgesteld af, maar niet na nog een kilootje gedumpt te hebben. De tweede sessie levert een leuk schubje op, die zaten er vroeger ook al. Waar ik op hoop is één van de schaarse spiegels die vanaf het grote water hier naartoe is komen zwemmen om kuit te schieten. Ik vraag me echter ernstig af of ze de tocht door kilometers plantenbrij überhaupt wel hebben gemaakt…
 

 De eerste vis, een schubje van het residente bestand...
 
Dumbells, mijn favoriete vorm...
 

Een toffe rijen!

Bij de derde sessie, een paar dagen later, neem ik visvriend Tsak mee. Voor de gezelligheid. Het maximumaantal hengels is 2, verder is er geen ruimte. Daar zit je dan, allebei een derde hengelvergunning en allebei slechts 1 hengel. Maar waarom ook niet, less=more in dit geval en dat blijkt als de zon onder gaat. Tsak pakt uit het niks een prachtig oud spiegeltje, het beste moet echter nog komen. Een half uur voor de geplande eindtijd is het mijn beurt, het voelt goed en ik hang vol in de stok en prik deze onderwater om de vis te kantelen, het wordt een gevecht op de vierkante meter. Het pleit wordt in mijn voordeel beslecht en een ontzettend toffe rijen is voor even de mijne.
 
 Een oud spiegeltje...

 Een vis met een ritssluiting!
 
Een dag later ‘moet’ ik op vakantie. Als ik een dikke week later terugkeer zijn ‘mijn’ gaten dichtgegroeid. Ik heb er vrede mee, eventjes mocht ik terug naar toen en nu is het de hoogste tijd om weer nieuwe plannen te bedenken en uit te vouwen. Het is niet uitgesloten dat ik daarbij af en toe een hekje overklim en een bordje negeer, dat moet dan maar.

4 opmerkingen: